Onder impuls van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wijzigen de regels voor erven en schenken grondig vanaf september volgend jaar. Dat belangt iedereen aan. Zeker wie zijn erfenis al geregeld heeft, maar ook wie daar nog werk van wil maken.

Hebt u de voorbije maand een telefoontje of mail gekregen van uw notaris of vermogensplanner met het verzoek eens langs te komen om het over uw erfenis te hebben? U bent niet alleen. Indien niet, dan zal dat zeker nog gebeuren. Maar u kunt ook zelf contact opnemen. Want als u al schenkingen deed of een testament hebt opgesteld, is 1 september 2018 een belangrijke deadline. Die dag vervangt het nieuwe erfrecht de huidige wettelijke regels die het kader schetsen van hoe uw erfenis verdeeld zal worden bij uw overlijden.

Het principe dat u niet verplicht bent zelf uw erfenis te plannen blijft overeind. Als u niets regelt via een testament of schenking, dan zal uw nalatenschap verdeeld worden volgens de wettelijke regels. Maar wie zich daar niet in kan vinden, heeft na september 2018 meer vrijheid om zijn erfenis ‘op maat van de eigen situatie’ te plannen.

De wijzigingen zijn ingrijpend. De belangrijkste hebben we kort voor u samengevat.

De meest besproken nieuwigheid: altijd de helft voor uw kinderen

De wetgever vindt dat bepaalde erfgenamen, met name uw echtgenoot en uw kinderen, altijd recht hebben op een minimumdeel van uw nalatenschap, hun reserve in het jargon. De reserve van uw kinderen blijft bestaan, maar ze wordt kleiner. Vandaag hangt ze af van het aantal kinderen dat u hebt. Hoe meer kinderen, hoe kleiner het deel van uw nalatenschap dat u nog rest om te schenken of na te laten aan wie u wil.

  • Eén kind heeft altijd minstens recht op de helft van uw nalatenschap.
  • Twee kinderen hebben samen altijd recht op twee derden.
  • Drie of meer kinderen hebben samen altijd recht op minstens drie vierden.

Vanaf september volgend jaar bedraagt de reserve van uw kinderen altijd de helft van uw nalatenschap, onafgezien of u één of vijf kinderen hebt. Met de andere helft kunt u doen wat u wilt.

Tijdens uw leven mag u met uw geld en vermogen doen wat u wilt. U mag het sparen, beleggen, investeren, laten rollen en wegschenken zoveel u wil. Er geldt geen enkele wettelijke beperking. Maar op de dag dat u overlijdt, wordt toch geëvalueerd of u tijdens uw leven niet té vrijgevig geweest bent. Om te bepalen hoe groot het minimale erfdeel van uw kinderen is, tellen niet alleen de goederen die u nog bezit op uw overlijdensdag. Uw volledige vermogen telt, alsof u nooit iets geschonken zou hebben. Zou men alles wat weggeschonken werd niet meerekenen, dan zou de doelstelling van het minimale erfdeel worden uitgehold.

Het beschikbare deel van uw nalatenschap mag u schenken of in een testament toewijzen aan wie u wil. Maar als bij uw overlijden blijkt dat u daardoor de reserve heeft uitgehold, dan kunnen uw kinderen via inkorting hun reserve opeisen. In de toekomst moet de begiftigde niet langer het geschonken goed zelf afstaan, maar moet hij de erfgenaam vergoeden ter waarde van het bedrag dat die te weinig gekregen heeft.

De meest geruststellende nieuwigheid: wat telt, is waar u zich mee verarmt

Schenkt u tijdens uw leven aan een van uw kinderen? Dan blijft de basisveronderstelling dat u aan het einde van de rit toch al uw kinderen gelijk wilt behandelen. Wilt u een van uw kinderen toch meer geven, dan moet u uitdrukkelijk vermelden dat het om een schenking buiten erfdeel gaat.

Het minimumerfdeel dat aan de kinderen toekomt – hun reserve of voorbehouden erfdeel – moet gelijk verdeeld worden. Daarvoor worden de regels van de inbreng toegepast. Dat is het ‘in rekening brengen’ van schenkingen die u al deed aan toekomstige erfgenamen. Het nieuwe erfrecht vereenvoudigt de wijze waarop inbreng moet gebeuren drastisch.

Vandaag hangt wat u moet inbrengen af van het type goed dat werd geschonken.

  • Roerende goederen moeten worden ingebracht in waarde, tegen de waarde op de dag van de schenking. Wie twintig jaar geleden 100.000 euro kreeg, moet nog steeds 100.000 euro inbrengen. Wie twintig jaar geleden een kunstwerk kreeg, moet niet dat kunstwerk zelf inbrengen, maar de waarde van dat kunstwerk verrekenen, meer bepaald de waarde op het tijdstip van de schenking, niet de waarde op het tijdstip van het overlijden.
  • Onroerende goederen moeten in natura worden ingebracht. Dat betekent dat het goed zelf moet terugkeren in de toestand waarin het zich bevindt op het tijdstip van het overlijden. Stel dat u twintig jaar geleden een afgeleefd dakappartement geschonken kreeg en dat hebt gerenoveerd tot een luxepenthouse. Dan moet u dat penthouse inbrengen, maar u hebt wel recht op een vergoeding voor de gedane verbeteringen. Dat is natuurlijk maar een kleine troost tegenover de verplichting om het appartement zelf in te brengen.

Vanaf september volgend jaar geldt één uniforme regel, ongeacht het type goed dat geschonken werd. Inbreng gebeurt vanaf dan in waarde tegen de waarde op de dag van de schenking. Niet langer wat u schonk, maar wanneer u schonk, wordt cruciaal.

Omdat vroeger krijgen voordeliger is, zal de waarde van het goed geïndexeerd worden tot aan de dag van het overlijden. Die indexatie gebeurt op basis van de inflatie. Dat zal dus vooral gelden voor geschonken roerende goederen, maar ook voor geschonken onroerende goederen.

De regel van indexatie steunt op het idee dat de begiftigde verantwoordelijk is voor wat werd geschonken. Bijgevolg begint de indexatie pas te lopen op de dag dat hij het ‘meesterschap’ over het geschonken goed integraal in handen krijgt. De situatie dat de begiftigde op de dag van de schenking nog niet ‘heer en meester’ over het geschonken goed wordt, is allesbehalve zeldzaam. Ouders schenken bijvoorbeeld vaak aan hun kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik.

Hebt u al schenkingen gedaan? Dan gelden de oude regels als u overlijdt voor 1 september volgend jaar. Overlijdt u na 1 september, dan gelden de nieuwe regels. Tenzij u voor 1 september langsgaat bij de notaris om ‘een verklaring van behoud’ af te leggen. Welke regels het meest aangewezen zijn voor u – de oude of de nieuwe – is geen duidelijk zwart-witverhaal. Iedereen moet voor zichzelf die afweging maken.

De meest revolutionaire nieuwigheid: het familiepact

Bij leven een akkoord sluiten met uw erfgenamen over uw toekomstige erfenis lijkt de eenvoudigste manier om discussies over uw erfenis te voorkomen. Maar het is vandaag gewoonweg niet toegestaan. Op enkele uitzonderingen na zijn erfovereenkomsten verboden.

Dat verandert in september volgend jaar. Vanaf dan kunnen ouders met een ‘familiepact’ een allesomvattende deal over hun erfenis sluiten met hun gezin. ‘Daar was echt vraag naar’, zegt Hélène Casman van Greenille by Laga.

De mogelijkheden in een familiepact zijn vrijwel oneindig. Nieuw samengestelde gezinnen kunnen regelen dat de stiefkinderen evenveel erven als de kinderen. Er kan worden afgesproken dat de erfenis een generatie overslaat en rechtstreeks naar de kleinkinderen gaat. Als iedereen daarmee akkoord gaat, kunt u zelfs alle beperkingen die de wet oplegt naast u neerleggen. In theorie kunt u dus zelfs de reserve van uw kinderen volledig naast u neerleggen.

Om te voorkomen dat kinderen onder emotionele of mentale druk worden gezet om een verdeling te aanvaarden die duidelijk in hun nadeel is, geldt wel dat de afgesproken verdeling in het familiepact evenwichtig moet zijn. Dat betekent niet dat alle vermoedelijke erfgenamen mathematisch hetzelfde moeten krijgen, maar dat er een subjectief evenwicht moet zijn waarmee iedereen tevreden is en niemand zich benadeeld voelt.

Met de familiale overeenkomst kunnen ouders gerust zijn dat de kinderen na hun overlijden niet in een juridische strijd over de erfenis verwikkeld raken. Iedereen weet voor het overlijden waar hij aan toe is. Toch gaat u beter niet té voortvarend te werk. Erfovereenkomsten zijn bindend. U moet dus absoluut zeker zijn dat wat u vandaag afspreekt, ook in de toekomst nog het meest geschikt zal zijn.

Net omdat de afspraken in de erfovereenkomst zo zwaarwichtig en definitief zijn, kunnen ouders en kinderen de erfovereenkomst niet zomaar aan de keukentafel op papier zetten. De notaris krijgt een cruciale rol in dat proces. Hij moet het akkoord in een authentieke akte gieten. Minstens één maand op voorhand moet elke partij het ontwerp van dat akkoord ontvangen, zodat ze voldoende tijd heeft om de inhoud te bestuderen. Elke partij die dat wenst, kan aan de notaris ook een individueel gesprek vragen waarin de notaris uitlegt wat de erfovereenkomst inhoudt en wat de gevolgen precies zijn. De notaris moet de gezinsleden ook informeren dat zij zich elk afzonderlijk verder kunnen laten adviseren, door bijvoorbeeld een andere notaris of een andere advocaat.

Bron: De Tijd, Netto